De aanpak van het Erasmiaans is een goed voorbeeld- volgens mij- hoe je in een overwegend 'witte' omgeving kunt omgaan met instromende kinderen van allochtone afkomst. Waarom vind ik het goed, vraag ik me zelf nu af. Ik vind dat de docenten en de schoolleiding met aandacht en liefde de leerlingen benaderen. Ze durven gewoon ook de dingen die anders zijn te benoemen en te bespreken met kind, ouders en alle broertjes en zusjes die mee komen. Dat ze dan af en toe over de hoofden van de ouders van ' Appie' (Abdelrahim) op de ouderavond heen praten, is niet zo handig, maar de goede man doet wel zijn best.
In de NOVAreportage ' Het Gymnasium, een wit bastion' onlangs over hetzelfde onderwerp werd door een rector van een ander gymnasium gesproken van ' allochtoonse leerlingen' alsof ze een zeldzame reptielensoort zijn. Zo werden ze op dat gymnasium ook behandeld. ' Dit is onze troetelallochtoon', zegt de hoogblonde Haagse jongen over zijn klasgenoot.
Het verschil tussen de traditionele gymnasiumleerlingen en de nieuwe elite is pijnlijk duidelijk als een meisje een krant moet kopen en nog nooit heeft gehoord van de NRC of Volkskrant. Of als een van de geinterviewde meisjes uitlegt: 'eerst zat ik in de klas met Kaapverdische, Surinaamse, Antilliaanse kinderen en nu zit ik met 90% Hollandse kinderen in de klas- dan voel je je net een kip zonder kop'. Een nieuw publiek, een nieuwe elite vraagt een nieuwe aanpak.
Aaf heeft er een mooi stuk over geschreven, waarin ik me ook herken als oud-gymnasiast- ik moest alleen heel diep graven wie Ebru Omar was. Ha ha!
hotspot to publish thoughts and notes on exhibitions and museums # weblog om gedachten en notities over musea en tentoonstellingen achter te laten
donderdag 8 oktober 2009
donderdag 2 juli 2009
Museumeducatoren zijn perfect- pleidooi voor nieuwsgierigheid
Wij- educatiemensen- hebben toch een hoog geitenwollensokken imago. Lekker froebelen voor 10 zielige kindjes, of een rondleiding voor een groepje Gooise vrouwen. Tenminste zo denk ik dat sommige buitenstaanders het beroep zien.
Zelf vinden we dat de meest fantastische inhoudelijke, kunsteducatieve, pedagogische programma's bedenken. We zorgen voor het museumpubliek van de toekomst, we brengen creativiteit, verwondering,....we zijn vol passie voor ons vak. Kortom er valt niets meer te verbeteren. Wij museumeducatoren zijn cultuurheiligen, hoeders van ons erfgoed. Amen.
Maar vaak komen er maar drie mensen of -ja zelfs maar liefst!- tien deelnemers opdagen voor ons mooie programma. Misschien toch een beetje te weinig inlevingsvermogen in ons publiek? Of is het toch (weer) de schuld van de afdeling communicatie die ons programma niet heeft gecommuniceerd?
Nee, natuurlijk niet. Ik denk dat wij ons iets moeten aantrekken van ons publiek. Voor wie maken we het? En heeft die groep interesse in het onderwerp? Is er enige nieuwsgierigheid naar wat wij zo graag aan ze willen vertellen? Vandaag zei een vriendin en museumcollega 'dat een potentiele sponsor haar vroeg in haar kindermuseum serieus te overwegen toch ook eens een tentoonstelling te maken over oud speelgoed' En zij merkte terecht op: 'en ja- daar zit een kind natuurlijk op te wachten'. Of in ieder geval dat dacht ze dat maar durfde dat op moment uit beleefdheid niet te zeggen.
Nieuwsgierigheid, hoe werkt dat eigenlijk en waar komt het vandaan? Uit eigen observering weet ik dat museumbezoekers die uit eigen beweging naar het museum komen, nieuwsgieriger zijn. Dit in tegenstelling tot de scholieren die met een verveelde docent voorop door de cultuurcoordinator worden gestuurd naar het museum.
Bekijk de filmpjes en overweeg eens niet verwondering, creativiteit maar grenzeloze nieuwsgierigheid voorop te stellen. Nieuwsgierige bezoekers blijken 'significantly more positive about the museum, more likely to believe the staff cares about them, and more likely to support the museum for philanthropic reasons versus just the family budget. That is, curious adults are more likely to be what we call “Museum Advocates.” And we believe that curious adults are much more likely to raise curious children, for whom creativity is a natural outgrowth.'1
Zelf vinden we dat de meest fantastische inhoudelijke, kunsteducatieve, pedagogische programma's bedenken. We zorgen voor het museumpubliek van de toekomst, we brengen creativiteit, verwondering,....we zijn vol passie voor ons vak. Kortom er valt niets meer te verbeteren. Wij museumeducatoren zijn cultuurheiligen, hoeders van ons erfgoed. Amen.
Maar vaak komen er maar drie mensen of -ja zelfs maar liefst!- tien deelnemers opdagen voor ons mooie programma. Misschien toch een beetje te weinig inlevingsvermogen in ons publiek? Of is het toch (weer) de schuld van de afdeling communicatie die ons programma niet heeft gecommuniceerd?
Nee, natuurlijk niet. Ik denk dat wij ons iets moeten aantrekken van ons publiek. Voor wie maken we het? En heeft die groep interesse in het onderwerp? Is er enige nieuwsgierigheid naar wat wij zo graag aan ze willen vertellen? Vandaag zei een vriendin en museumcollega 'dat een potentiele sponsor haar vroeg in haar kindermuseum serieus te overwegen toch ook eens een tentoonstelling te maken over oud speelgoed' En zij merkte terecht op: 'en ja- daar zit een kind natuurlijk op te wachten'. Of in ieder geval dat dacht ze dat maar durfde dat op moment uit beleefdheid niet te zeggen.
Nieuwsgierigheid, hoe werkt dat eigenlijk en waar komt het vandaan? Uit eigen observering weet ik dat museumbezoekers die uit eigen beweging naar het museum komen, nieuwsgieriger zijn. Dit in tegenstelling tot de scholieren die met een verveelde docent voorop door de cultuurcoordinator worden gestuurd naar het museum.
Bekijk de filmpjes en overweeg eens niet verwondering, creativiteit maar grenzeloze nieuwsgierigheid voorop te stellen. Nieuwsgierige bezoekers blijken 'significantly more positive about the museum, more likely to believe the staff cares about them, and more likely to support the museum for philanthropic reasons versus just the family budget. That is, curious adults are more likely to be what we call “Museum Advocates.” And we believe that curious adults are much more likely to raise curious children, for whom creativity is a natural outgrowth.'1
woensdag 24 juni 2009
Beter goed gejat.....

Ik verlang naar een award...nee niet voor mezelf, maar meer als beloning voor geniale familiemusea of -tentoonstellingen. Ik denk namelijk dat dit een stimulans zou kunnen zijn om meer publieksgericht te werken. Ik weet het: de BankGiro Loterij en eerder al het Prins Bernhard Cultuurfonds hebben al zo'n prijs maar die heeft volgens mij net een ander doel.
Deze prijs volg ik graag in Engeland al een paar jaar (en het mooie is dat ze ook een goede mediapartner hebben gevonden): The Guardian Family friendly award en de jury bestaat uit de families zelf! Dus wint ook een leuk museum in een achteraf plaatsje ergens in Schotland, mooi toch? Kijk op http://www.guardian.co.uk/kidsinmuseums voor meer....
Want wie doet er goed onderzoek en observeert de families (of uberhaupt bezoekers) in Nederlandse musea om daar lering uit te trekken voor volgende tentoonstellingen? Ik ken geen museum en/of universiteitsvakgroep die zich daarmee bezig houdt in Nederland (helaas). Of heeft er iemand tips?
Volgens de Guardian is het bijvoorbeeld belangrijk dat je kinderen een welkom gevoel geeft maar ook dat je een presentatie maakt die voor meer verschillende leeftijden interessant en leuk is. Voor meer tips lees het Kids in Museums Manifesto!
Ik zeg: pikken dat idee!!!! Misschien een nieuwe categorie in de Bank Giro Award of een lekker nieuwe prijs????
Deze prijs volg ik graag in Engeland al een paar jaar (en het mooie is dat ze ook een goede mediapartner hebben gevonden): The Guardian Family friendly award en de jury bestaat uit de families zelf! Dus wint ook een leuk museum in een achteraf plaatsje ergens in Schotland, mooi toch? Kijk op http://www.guardian.co.uk/kidsinmuseums voor meer....
Want wie doet er goed onderzoek en observeert de families (of uberhaupt bezoekers) in Nederlandse musea om daar lering uit te trekken voor volgende tentoonstellingen? Ik ken geen museum en/of universiteitsvakgroep die zich daarmee bezig houdt in Nederland (helaas). Of heeft er iemand tips?
Volgens de Guardian is het bijvoorbeeld belangrijk dat je kinderen een welkom gevoel geeft maar ook dat je een presentatie maakt die voor meer verschillende leeftijden interessant en leuk is. Voor meer tips lees het Kids in Museums Manifesto!
Ik zeg: pikken dat idee!!!! Misschien een nieuwe categorie in de Bank Giro Award of een lekker nieuwe prijs????
donderdag 18 juni 2009
Met kinderen gratis naar het museum

Musea kampen al jaren met de vergrijzing van hun publiek. Uit onderzoek blijkt dat het aandeel 50-plussers binnen het museumpubliek nog steeds toeneemt. Dit is tegen te gaan door meer kinderen en hun veelal jonge ouders aan te trekken. Zo ver zijn veel musea nog lang niet...
Leiden maakt al deze zomer alle musea gratis voor kinderen. Best fijn denk ik stiekem, lekker naar het museum en misschien ook makkelijker om even in en uit te hoppen. Maar als ik eerlijk ben: geld is niet echt een obstakel, maar meer tijd én het idee dat mijn dochter vast niet alle Leidse musea even leuk vindt als ik.
Maar wat las ik laatst? Dat gratis museubezoek voor kinderen helemaal niet zo nodig hoeft van ouders volgens onderzoek. Uit de meest recente MuseumMonitor blijkt dat de meerderheid van de begeleiders van kinderen het vanzelfsprekend vindt om daar extra voor te betalen: gemiddeld heeft men daar 2,43 euro per kind voor over.
Dus zo'n maatregel als in Leiden, maar ook het besluit van minister Plasterk om musea gratis toegankelijk te maken voor kinderen werkt niet? Uit publieksonderzoek in Engeland,
waar gratis toegang al jaren terug is ingevoerd, blijkt dan ook dat de samenstelling van museumpubliek daardoor nauwelijks is veranderd. Daarbij komt dat binnen de totale kosten van een gezinsuitstapje (reiskosten en uitgave aan horeca en souvenirs) de entree voor kinderen een te verwaarlozen aandeel vormt. Het geld en de energie dat in deze gratis openstelling worden gestopt, is echter veel zinvoller te besteden, bepleit onderzoeker Letty Ranshuysen.
Ik denk dat Leiden met deze maatregel toch scoort. Het is namelijk een mooie publiciteitsstunt die bijzonder vriendelijk klinkt en brengt veel ouders op een idee voor hun vrijetijdsbesteding deze zomer.
Daarnaast is het voor veel scholen wel aantrekkelijk om gratis entree te krijgen. Het openbaar vervoer is geen handige optie meer (met de invoering van OVChipkaart is het bijzonder onhandig om met een groep te reizen) en daarnaast is het huren van een bus heel duur. De gratis entree zie ik dan als een doekje voor het bloeden op het vervoersprobleem.
Het zou - naar mijn mening-veel effectiever zijn openbaar vervoer tijdens schooltijd gratis te maken of bussenhuur voor scholen met een educatief doel gratis of goedkoper te maken. Voor de meeste individuele families maakt inderdaad een entree van een paar euro op een dag voor een uitje niet zoveel uit. Zij willen een leuk, kindgericht dagje uit met goede voorzieningen voor ouders en kinderen. En op dat vlak valt nog veel te verbeteren. Een goede uitdaging voor de zomer!
Leiden maakt al deze zomer alle musea gratis voor kinderen. Best fijn denk ik stiekem, lekker naar het museum en misschien ook makkelijker om even in en uit te hoppen. Maar als ik eerlijk ben: geld is niet echt een obstakel, maar meer tijd én het idee dat mijn dochter vast niet alle Leidse musea even leuk vindt als ik.
Maar wat las ik laatst? Dat gratis museubezoek voor kinderen helemaal niet zo nodig hoeft van ouders volgens onderzoek. Uit de meest recente MuseumMonitor blijkt dat de meerderheid van de begeleiders van kinderen het vanzelfsprekend vindt om daar extra voor te betalen: gemiddeld heeft men daar 2,43 euro per kind voor over.
Dus zo'n maatregel als in Leiden, maar ook het besluit van minister Plasterk om musea gratis toegankelijk te maken voor kinderen werkt niet? Uit publieksonderzoek in Engeland,
waar gratis toegang al jaren terug is ingevoerd, blijkt dan ook dat de samenstelling van museumpubliek daardoor nauwelijks is veranderd. Daarbij komt dat binnen de totale kosten van een gezinsuitstapje (reiskosten en uitgave aan horeca en souvenirs) de entree voor kinderen een te verwaarlozen aandeel vormt. Het geld en de energie dat in deze gratis openstelling worden gestopt, is echter veel zinvoller te besteden, bepleit onderzoeker Letty Ranshuysen.
Ik denk dat Leiden met deze maatregel toch scoort. Het is namelijk een mooie publiciteitsstunt die bijzonder vriendelijk klinkt en brengt veel ouders op een idee voor hun vrijetijdsbesteding deze zomer.
Daarnaast is het voor veel scholen wel aantrekkelijk om gratis entree te krijgen. Het openbaar vervoer is geen handige optie meer (met de invoering van OVChipkaart is het bijzonder onhandig om met een groep te reizen) en daarnaast is het huren van een bus heel duur. De gratis entree zie ik dan als een doekje voor het bloeden op het vervoersprobleem.
Het zou - naar mijn mening-veel effectiever zijn openbaar vervoer tijdens schooltijd gratis te maken of bussenhuur voor scholen met een educatief doel gratis of goedkoper te maken. Voor de meeste individuele families maakt inderdaad een entree van een paar euro op een dag voor een uitje niet zoveel uit. Zij willen een leuk, kindgericht dagje uit met goede voorzieningen voor ouders en kinderen. En op dat vlak valt nog veel te verbeteren. Een goede uitdaging voor de zomer!
Kinderen kijken naar kunst in Museum de Paviljoens
woensdag 27 mei 2009
Teksten voor bezoekers (deel 1)
Super interactief en low budget: laat jouw publiek direct reageren met geeltjes. Volgens mij winnaar in de categorie: goed idee maar de uitwerking kan beter.
Het lijkt of mijn camera kuren had maar iemand had in dit museum bedacht zwarte tekst op een doorzichtige achtergrond te drukken. En dan handig de tekst net even van de muur te bevestigen zodat je het schaduweffect kreeg waardoor de teksten onleesbaar werden.Ik verzamel van alles. En dat is niet zo gek want ik ben een echt museummens. Die hebben de meest bijzondere verzamelingen, heb ik gemerkt. Ik verzamel museumcartoons (daarover later meer)...maar ik spaar ook museum- of publieksteksten. Heel goede, maar ook superslechte teksten fotografeer ik snel en bewaar ik in het mapje teksten. Ook ben ik dol op onduidelijke logo's en aanwijzingen. Ik wil er een paar met jullie delen. Misschien moet ik een Flickrgroep beginnen met dit onderwerp...of bestaat die al?
zondag 17 mei 2009
Meer Museumlit

Eureka! Ik ben geen boekrecensent maar heb- geloof ik- een nieuw literatuurgenre ontdekt! Museumlit....licht ironische romans of persoonlijke documenten over het werken in het museum. Ik schreef onlangs al over 'Making the mummies dance' door oud- Metdirecteur Thomas Hoving. Daar kan Voskuil met zijn serie het Bureau nog een puntje aanzuigen! Dan heb ik het nog niet eens over de memoires van Frans Haks over de bouw van het Gronings Museum.
Ik ben nu middenin het boek 'The Hound in the Left-Hand Corner' van Giles Waterfield en dat is ook smullen. De beschrijvingen van directeur, trustees en persvoorlichters zijn wellicht wat dik aangezet maar op een bepaalde manier tegelijkertijd briljant.
Museumlit....meer suggesties anyone?
zaterdag 2 mei 2009
Musea en social media

De MuseumMonitor van TNS NIPO geeft, sinds 2003, elk jaar marktinformatie over het Nederlandse museumpubliek, inclusief gegevens over het internetgebruik. De uitkomsten van 2008 zijn gebaseerd op de antwoorden van 8.988 ondervraagde bezoekers, gemeten in 36 musea, verspreid over Nederland.
De Museummonitor 2008 wijst uit dat nieuwe toepassingen, zoals web 2.0, er voor kunnen zorgen dat verschillende mensen – met of zonder een brede interesse in kunst en cultuur – eerder in aanraking komen met het museum en dat het fysieke museumbezoek hierdoor wordt bevorderd. Sinds 2003 is het belang van internet als aanleiding voor het museumbezoek toegenomen; in 2008 haalt driekwart van het museumpubliek wel eens informatie over musea van het internet. Museumbezoekers in de leeftijd van 27 tot en met 50 jaar zoeken het vaakst informatie over museum aanbod op het internet (85%). Net als voorgaande jaren halen bezoekers met kinderen vaker dan het overige publiek informatie over musea van het internet.Virtueel museumbezoek via websites staat ‘echt museumbezoek’ niet in de weg en lijkt dit eerder te bevorderen. Vooral 50-plussers bekijken de museumsites; het is verstandig deze doelgroep in het achterhoofd bij de invulling van de site. Informatie voor jongeren kan beter op andere sites of pagina’s (bijvoorbeeld Hyves) geplaatst worden, waar het beter aansluit op de leefwereld van de jongeren.
Waarom zouden musea zich moeten interesseren voor sociale media? Het antwoord is publieksbereik. In de jaren ’90 ontstond bij musea en erfgoedinstellingen het besef dat er een website moest komen zodat potentieel bezoek je kon vinden op het web via zoekmachines. Het gebruik van het internet verandert op dit moment in een rap tempo. Terwijl het web in het jaar 2000 werd gedomnieerd door de zoekmachines en de computer werd gebruikt als naslagwerk, wordt het vanaf dit moment meer en meer gebruikelijk dat mensen je kunnen vinden via hun persoonlijk sociale netwerken. Vraag een universitaire student naar zijn of haar homepage en het antwoord is waarschijnlijk Facebook en niet Google. ‘Two-thirds of the world’s Internet
population1 visit a social network or blogging site and the sector now accounts for almost 10% of all internet time. The worldwide market reach of social networks and other "member community sites" is growing rapidly, and it seems likely that Facebook and other social networking sites will continue to attract older, more mainstream audiences.’ (Global Faces and Networked Places, A Nielsen report on Social Networking’s, New Global Footprint, maart 2009)
Het is dus aan musea om te beslissen of zij mee willen gaan met deze trend. Het betekent dat musea weloverwogen een keuze moeten maken of zij vroeger of later participeren in deze trend. Het zou goed zijn eens terug te denken aan de tijd dat de keuze voor wel of geen website werd gemaakt. Op welke argumenten was die beslissing gebaseerd? Werd de boot gemist omdat de organisatie te lang twijfelde over het nut? Of werd er geld verspild door te vroeg in te stappen in een ongetest project. Er is nog voldoende tijd om belangrijke beslissingen te nemen, maar de nieuwe ontwikkeling van het web is onomkeerbaar ingezet.
Een klein eigen onderzoekje onder diverse Nederlandse musea leverde op dat veel instellingen bezig zijn zich meer in de digitale wereld te verdiepen maar dat er nog weinig echt gebeurt. 2.0 staat in museumland nog in de kinderschoenen. De grote musea hebben fantastische websites maar maken een Hyves aan waar ze vervolgens niets meer mee doen. Ook de aanwezigheid van 'de grote jongens' op bijvoorbeeld Twitter is nog minimaal. Boijmans heeft welgeteld een tweet geplaatst. Het Van Goghmuseum is in Nederland het meest actief met een kleine veertig tweets. In het buitenland en dan vooral in de Verenigde Staten wordt 2.0 in het museum geïntegreerd. Voorloper Brooklyn Museum in New York is zeer actief: zij hebben een blog, twitteren, hebben een YouTubekanaal en een Facebookpagina maar programmeren ook 2.0 met ‘Click, a crowd curated exhibition’ (http://www.brooklynmuseum.org/exhibitions/click ) en laten hun publiek de collectie van woordlabels (tags) voorzien.
De Museummonitor 2008 wijst uit dat nieuwe toepassingen, zoals web 2.0, er voor kunnen zorgen dat verschillende mensen – met of zonder een brede interesse in kunst en cultuur – eerder in aanraking komen met het museum en dat het fysieke museumbezoek hierdoor wordt bevorderd. Sinds 2003 is het belang van internet als aanleiding voor het museumbezoek toegenomen; in 2008 haalt driekwart van het museumpubliek wel eens informatie over musea van het internet. Museumbezoekers in de leeftijd van 27 tot en met 50 jaar zoeken het vaakst informatie over museum aanbod op het internet (85%). Net als voorgaande jaren halen bezoekers met kinderen vaker dan het overige publiek informatie over musea van het internet.Virtueel museumbezoek via websites staat ‘echt museumbezoek’ niet in de weg en lijkt dit eerder te bevorderen. Vooral 50-plussers bekijken de museumsites; het is verstandig deze doelgroep in het achterhoofd bij de invulling van de site. Informatie voor jongeren kan beter op andere sites of pagina’s (bijvoorbeeld Hyves) geplaatst worden, waar het beter aansluit op de leefwereld van de jongeren.
Waarom zouden musea zich moeten interesseren voor sociale media? Het antwoord is publieksbereik. In de jaren ’90 ontstond bij musea en erfgoedinstellingen het besef dat er een website moest komen zodat potentieel bezoek je kon vinden op het web via zoekmachines. Het gebruik van het internet verandert op dit moment in een rap tempo. Terwijl het web in het jaar 2000 werd gedomnieerd door de zoekmachines en de computer werd gebruikt als naslagwerk, wordt het vanaf dit moment meer en meer gebruikelijk dat mensen je kunnen vinden via hun persoonlijk sociale netwerken. Vraag een universitaire student naar zijn of haar homepage en het antwoord is waarschijnlijk Facebook en niet Google. ‘Two-thirds of the world’s Internet
population1 visit a social network or blogging site and the sector now accounts for almost 10% of all internet time. The worldwide market reach of social networks and other "member community sites" is growing rapidly, and it seems likely that Facebook and other social networking sites will continue to attract older, more mainstream audiences.’ (Global Faces and Networked Places, A Nielsen report on Social Networking’s, New Global Footprint, maart 2009)
Het is dus aan musea om te beslissen of zij mee willen gaan met deze trend. Het betekent dat musea weloverwogen een keuze moeten maken of zij vroeger of later participeren in deze trend. Het zou goed zijn eens terug te denken aan de tijd dat de keuze voor wel of geen website werd gemaakt. Op welke argumenten was die beslissing gebaseerd? Werd de boot gemist omdat de organisatie te lang twijfelde over het nut? Of werd er geld verspild door te vroeg in te stappen in een ongetest project. Er is nog voldoende tijd om belangrijke beslissingen te nemen, maar de nieuwe ontwikkeling van het web is onomkeerbaar ingezet.
Een klein eigen onderzoekje onder diverse Nederlandse musea leverde op dat veel instellingen bezig zijn zich meer in de digitale wereld te verdiepen maar dat er nog weinig echt gebeurt. 2.0 staat in museumland nog in de kinderschoenen. De grote musea hebben fantastische websites maar maken een Hyves aan waar ze vervolgens niets meer mee doen. Ook de aanwezigheid van 'de grote jongens' op bijvoorbeeld Twitter is nog minimaal. Boijmans heeft welgeteld een tweet geplaatst. Het Van Goghmuseum is in Nederland het meest actief met een kleine veertig tweets. In het buitenland en dan vooral in de Verenigde Staten wordt 2.0 in het museum geïntegreerd. Voorloper Brooklyn Museum in New York is zeer actief: zij hebben een blog, twitteren, hebben een YouTubekanaal en een Facebookpagina maar programmeren ook 2.0 met ‘Click, a crowd curated exhibition’ (http://www.brooklynmuseum.org/exhibitions/click ) en laten hun publiek de collectie van woordlabels (tags) voorzien.
Culturele instellingen actief op twitter http://tinyurl.com/dfcruq en lees aanvullingen
Abonneren op:
Posts (Atom)

