Thomas Hoving (1931-2009), de meest flamboyante museumdirecteur ever- is overleden. Hij werd op 36jarige leeftijd directeur (1967 to 1977) van het Metropolitan Museum of Art in New York. Dit werd pas bekend gemaakt enige tijd na zijn overlijden. Ik heb met veel smaak zijn boek ' Making the Mummies dance' gelezen over zijn begintijd als directeur. Rock and Roll! Hij werd een van de drie grote showdirectors van kunstinstellingen geboren in de jaren '30: de andere twee waren Alfred Barr, de eerste directeur van het Museum voor Modern Art in New York, die uit het niets een van de mooiste musea van moderne kunst opzette, en Pontus Hulten, de directeur die het Centre Pompidou in Parijs oprichtte. Hij zorgde voor de modernisering van musea van ingeslapen bedoeningen tot culturele hotspots: met grote blockbusters die veel publiek op de been brachten, reclamebanners op de gevel en een goedlopende museumshop zodat er meer geld kon worden geïnvesteerd in uitbreiding van de collectie of mooie tentoonstellingen. "Great art should be shown with great excitement", zei hij. Thomas Hoving werd 78 jaar.
Fred Lee was senior vice-president van het Florida Hospital én werkte bij Disney University. Hij was medeontwerper van Disney's 3 daagse seminar voor de gezondheidszorg 'Disney's approach to quality service' en een nieuw seminar 'Customer Loyalty'. Met zijn ervaring in het ziekenhuis en vergelijkingen tussen Disney en ziekenhuis schreef hij zijn bestseller 'If Disney ran your hospital: 9½ things you would do differently'. Ik zou zoiets ook wel in museumland willen zien. Er wordt vaak spottend gesproken over de 'entertainmentsfeer' in musea, want het mag vooral niet te leuk worden. Ik vind dat er op het gebied van klantvriendelijkheid of 'hostmanship' (om met een ' 2009 woord' te spreken) nog veel geleerd zou kunnen worden. Goede voornemens voor 2010.....nu maar eerst eens dit boek bestellen en lezen.....
PS Wie heeft het lijstje al gespot met de 10 mooiste tentoonstellingen/presentaties van 2010?
'Weg met de tekstbordjes, vier visies op het ideale museum' was afgelopen september een artikel in NRC over de nieuwe koers die wordt gevolgd door vier museumdirecteuren. Ik heb het al een paar keer gelezen om het wat beter om te laten inwerken. Zo zegt Wim Pijbes:'Het museum is in beginsel een educatief instituut.' Prachtig toch als alle museummedewerkers daar van doordrongen zouden zijn? Ik proef toch nog te vaak om me heen dat educatie alleen iets voor kinderen zou zijn, de volwassenen kunnen altijd wel af met een kunstwerk en (vaak slechtgeschreven) bordje ernaast. Edwin Jacobs zegt:'Contact maken met het publiek moet anders dan het tonen van een schilderij met tekst ernaast.' Het museum wordt door de directeuren (ook door Valentijn Byvanck en Meta Knol) gezien als een instituut waar je samen kunt leren en wat je zou kunnen zien als 'een nieuwe school van de visualisatie' (Jacobs).
Wat zou het heerlijk zijn als er meer musea zijn waar meer mensen zich op hun gemak voelen. Dat er een plek is waar je je kunt verdiepen, waar je met je volle verstand en gevoel kunt deelnemen aan kunst, geschiedenis, etc. Want het gaat om het binnen krijgen van een breed publiek én het deelnemen, het laten ontwikkelen van een interesse, het gevoel aanspreken en misschien zelfs het ontwikkelen van een passie. Daarvoor moet je niet de inhoud aanpassen maar je boodschap zenden op het juiste niveau. Maar hoe bereik je dat?- ook daar worstelen de directeuren nog mee. Want een gebrek aan inlevingsvermogen leidt tot isolement. Zo stelt Byvanck dat we museumbezoekers 'een verkeerde manier van kijken hebben opgelegd'. Hun zoektocht naar het op andere manieren zenden van de boodschap die ze over willen brengen is al een goed begin. Ik hoop aleen ten zeerste dat ze bij hun experimenten ook vastleggen wat de bezoekers er nu werkelijk van opsteken.
Maar niet elk museum heeft direct het geld en personele middelen om grote stappen te maken. Om te beginnen kun je eens kijken naar de manier waarop tekstbordjes zijn geschreven: daar pleitte ik al eerder voor in oudere blogposts. Daarnaast kun je natuurlijk gebruik maken van de mogelijkheden die de digitale wereld ons biedt om bijvoorbeeld je boodschap op meer plekken te laten aankomen, maar ook door je verhaal op een niwue, meer uitnodigende manier te vertellen. Museum Boijmans maakt nu een interactieve installatie die op twee schilderijen wordt geprojecteerd, een interessante manier om op een nieuwe manier naar de schilderijen te kijken. Wim Pijbes opperde al dat als je directer contact wilt maken met je publiek dat je onderwerpen emotioneler moeten worden, 'you have to put a face on it'.
Zo wordt het museum van een plicht een plek van plezier.
En als je meer wilt weten: ga naar Kom je ook? 3 van Mediamatic op donderdag 26 november > een bijeenkomst over participatie, innovatie en nieuwe media in de culturele sector. Hopelijk even inspirerend als nummer 1 die ik ooit bezocht met mijn collega Willemijn. http://www.mediamatic.net/page/100516/nl
De aanpak van het Erasmiaans is een goed voorbeeld- volgens mij- hoe je in een overwegend 'witte' omgeving kunt omgaan met instromende kinderen van allochtone afkomst. Waarom vind ik het goed, vraag ik me zelf nu af. Ik vind dat de docenten en de schoolleiding met aandacht en liefde de leerlingen benaderen. Ze durven gewoon ook de dingen die anders zijn te benoemen en te bespreken met kind, ouders en alle broertjes en zusjes die mee komen. Dat ze dan af en toe over de hoofden van de ouders van ' Appie' (Abdelrahim) op de ouderavond heen praten, is niet zo handig, maar de goede man doet wel zijn best. In de NOVAreportage ' Het Gymnasium, een wit bastion' onlangs over hetzelfde onderwerp werd door een rector van een ander gymnasium gesproken van ' allochtoonse leerlingen' alsof ze een zeldzame reptielensoort zijn. Zo werden ze op dat gymnasium ook behandeld. ' Dit is onze troetelallochtoon', zegt de hoogblonde Haagse jongen over zijn klasgenoot. Het verschil tussen de traditionele gymnasiumleerlingen en de nieuwe elite is pijnlijk duidelijk als een meisje een krant moet kopen en nog nooit heeft gehoord van de NRC of Volkskrant. Of als een van de geinterviewde meisjes uitlegt: 'eerst zat ik in de klas met Kaapverdische, Surinaamse, Antilliaanse kinderen en nu zit ik met 90% Hollandse kinderen in de klas- dan voel je je net een kip zonder kop'. Een nieuw publiek, een nieuwe elite vraagt een nieuwe aanpak.
Wij- educatiemensen- hebben toch een hoog geitenwollensokken imago. Lekker froebelen voor 10 zielige kindjes, of een rondleiding voor een groepje Gooise vrouwen. Tenminste zo denk ik dat sommige buitenstaanders het beroep zien. Zelf vinden we dat de meest fantastische inhoudelijke, kunsteducatieve, pedagogische programma's bedenken. We zorgen voor het museumpubliek van de toekomst, we brengen creativiteit, verwondering,....we zijn vol passie voor ons vak. Kortom er valt niets meer te verbeteren. Wij museumeducatoren zijn cultuurheiligen, hoeders van ons erfgoed. Amen.
Maar vaak komen er maar drie mensen of -ja zelfs maar liefst!- tien deelnemers opdagen voor ons mooie programma. Misschien toch een beetje te weinig inlevingsvermogen in ons publiek? Of is het toch (weer) de schuld van de afdeling communicatie die ons programma niet heeft gecommuniceerd? Nee, natuurlijk niet. Ik denk dat wij ons iets moeten aantrekken van ons publiek. Voor wie maken we het? En heeft die groep interesse in het onderwerp? Is er enige nieuwsgierigheid naar wat wij zo graag aan ze willen vertellen? Vandaag zei een vriendin en museumcollega 'dat een potentiele sponsor haar vroeg in haar kindermuseum serieus te overwegen toch ook eens een tentoonstelling te maken over oud speelgoed' En zij merkte terecht op: 'en ja- daar zit een kind natuurlijk op te wachten'. Of in ieder geval dat dacht ze dat maar durfde dat op moment uit beleefdheid niet te zeggen.
Nieuwsgierigheid, hoe werkt dat eigenlijk en waar komt het vandaan? Uit eigen observering weet ik dat museumbezoekers die uit eigen beweging naar het museum komen, nieuwsgieriger zijn. Dit in tegenstelling tot de scholieren die met een verveelde docent voorop door de cultuurcoordinator worden gestuurd naar het museum.
Bekijk de filmpjes en overweeg eens niet verwondering, creativiteit maar grenzeloze nieuwsgierigheid voorop te stellen. Nieuwsgierige bezoekers blijken 'significantly more positive about the museum, more likely to believe the staff cares about them, and more likely to support the museum for philanthropic reasons versus just the family budget. That is, curious adults are more likely to be what we call “Museum Advocates.” And we believe that curious adults are much more likely to raise curious children, for whom creativity is a natural outgrowth.'1